Fontproductie is een term die veel verschillende activiteiten dekt, welke uiteindelijk moeten resulteren in digitale lettertypen. Allereerst moet een lettertype worden ontworpen; dit kan analoog op papier geburen, of gelijk digitaal op de computer. Ook kunnen natuurlijk deze twee manieren worden gecombineerd. Bij de Dutch Type Library worden in het algemeen nieuwe lettertypen –al dan niet gedeeltelijk– eerst op papier getekend, waarna het analoge materiaal in dtl IkarusMaster handmatig wordt gedigitaliseerd met behulp van een lens/cross cursor. Het laatstgenoemde apparaat is een soort muis met aangehangen vensterglaasje waarin het midden een kruis van haarlijntjes is aangebracht. In tegenstelling tot wat bij een muis het geval is, is de posiitie van de lens/cross cursor absoluut, en die wordt bepaald in relatie met het tablet waarop het analoge materiaal wordt bevestigd. Voor het converteren van analoog materiaal naar digitale data wordt door de Dutch Type Library ook het ‘auto-trace’ programma dtl Tracemaster gebruikt. De beslissing aangaande welke methode wordt gebruikt voor de conversie van analoog materiaal naar digitale contouren is gewoonlijk gebaseerd op de kwaliteit van de tekeningen.
De tweede stap in de productie is het verder uitwerken van het letterontwerp en de bouw van glyph-databases. Dit wordt gedaan in een programma voor het bewerken van lettercontouren en van glyph-sets, in het geval van de Dutch Type Library met dtl BezierMaster (voor het be-formaat) en dtl IkarusMaster (voor het IK-formaat). Een onderdeel van de verdere uitwerking vormt het interpoleren van de uiterste gradaties, zoals bijvoorbeeld Regular en Bold, om de tussenliggende gewichten, zoals Medium te creëren. Hiervoor wordt dtl BlendMaster gebruikt.
Het letterontwerp zélf bepaalt de meest voor de hand liggende productiemethode. Normaal gesproken begint een de productie van een dtl lettertype met analoge tekeningen die handmatig worden gedigitaliseerd. Revivals zoals dtl Fleischmann, dtl Fell en dtl VandenKeere werden volledig met de hand getekend en gedigitaliseerd om zo veel mogelijke details te behouden. Een groot aantal letters van dtl Romulus werd ook gedigitaliseerd in dtl IkarusMaster. Er is een goede reden om de verschillende delen van de fontproductie gescheiden te houden, vooral als meerdere personen aan hetzelfde lettertype werken. Degenen die zich bezig houden met het ontwerp hoeven niet betrokken te zijn, of gehinderd te worden door bijvoorbeeld het testen van de consistentie van de data, en het genereren van fonts. Een dergelijk indeling van het productieproces is overigens ook aan te raden voor het letteronderwijs; het is beter om de studenten niet in verwarring te brengen met technische details voordat ze begonnen zijn met ontwerpen. Fontproductie is complex, vooral wanneer grote hoeveelheden data moeten worden verwerkt voor de ontwikkeling van uitgebreide (Unicode) lettertypen. In dtl FontMaster be (dit is het interne Bézier-formaat dat fm gebruikt) of ik (dit is het ikarus-formaat) databases kunnen 65536 (2-Byte) glyphs bevatten (ondersteuning voor 4-Byte glyph databases is in ontwikkeling). In een be of ik database is geen metadata aanwezig, behalve wat info over afmetingen als x-hoogte, en stok- en staartlengtes. Unicode-informatie of karakternamen ontbreken bijvoorbeeld. De locatie van de glyphs in de database wordt aangegeven met een nummer dat correspondeert met de informatie in een Character Layout (.cha) file. Dit bestand bevat de informatie betreffende de Unicode ‘code points’, de karakternamen en de positie van de karakters in één of meerdere coderingspagina's (‘code pages’). Informatie inzake kerning en OpenType Layout features worden ook in aparte files opgeslagen.
De fontproducent wil natuurlijk de best mogelijk conversie van de informatie in de glyph-databases naar digitale fonts. De gebruiker daarentegen is normaal gesproken eigenlijk alleen geïnteresseerd in de ontwerpkwaliteit van lettertypes en voor de rest wil hij er zeker van zijn dat fonts technisch goed functioneren. In de loop van de tijd is het enige dat blijft het letterontwerp zelf; de technologie verandert daarentegen continu. Behalve misschien een klein aantal technici en historici zullen in de toekomst weinigen geïnteresseerd zijn in de huidige fonttechnologie. Als het ontwerp goed is, dan zal het de tijd doorstaan en anders zal het in de vergetelheid raken, ongeacht de technologische hoogstandjes die nodig waren om het te kunnen produceren. | |||||||||||||||||||||