In vergelijking met DTL Argo zien veel schreeflozen er monotoon uit. Om de kwintessens van dit lettertype van Gerard Unger te begrijpen, moet eerst het principe van de schreefloze worden verklaard. Elementair voor een schreefloze is het geringe verschil tussen dik en dun, ofwel een gering contrast. Een gemiddelde schreefletter heeft daarentegen een hoog contrast. Van dit grote verschil tussen dik en dun bij schreefletters wordt aangenomen dat het de leesbaarheid vergroot. Het contrast is terug te vinden in de schreven. Schreven hebben de prettige bijkomstigheid dat ze de regelvorming versterken; ze vormen min of meer ‘rails’. Het hoge contrast en de schreven maken schreefletters een goede keuze voor langere teksten. Naarmate het contrast in een letter wordt verlaagd, zullen de schreven hieraan moeten worden aangepast. In het geval van een extreem laag contrast wordt de noodzaak van de schreven klein, omdat ze (min of meer) de dikte van de stokken krijgen. Een letter met zulke schreven heet een egyptiënne. Wanneer hiervan de schreven worden verwijderd, ontstaat een schreefloze. Letters met het laagst mogelijke contrast tonen overigens nog een verschil tussen dik en dun. Dit contrast is nodig om letters optisch even dik te laten lijken, hetgeen iets anders is dan meetbaar even dik zijn. |