Dutch Type Library
Editie nummerDatum
Home

Net als Jan van Krimpen in de eerste helft van de twintigste eeuw, ziet Gerard Unger liever dat letterontwerpers en fontproducenten hun energie steken in de ontwikkeling van nieuwe lettertypen dan in de productie van revivals. Dit betekent niet dat hij geen interesse heeft voor het werk van zijn voorgangers. Integendeel, voor DTL Paradox bestudeerde hij Franse lettertypen uit de zeventiende en achttiende eeuw, waaronder werk van Pierre-Simon Fournier, Francois-Ambroise Didot en Philippe Grandjean.
Grandjean was de stempelsnijder van de Romain du Roi, een in de eerste helft van de achttiende eeuw in opdracht van Louis XIV gemaakt lettertype, waarvan het gebruiksrecht exclusief bij de koninklijke drukkerij lag.

De Romain du Roi was het resultaat van een poging tot standaardisatie van het letterontwerpen onder leiding van een door de Académie des Scienses aangewezen commissie. De letters werden met passer en liniaal op ruitjespapier getekend op basis van –vermeende– ideale proporties. De Romain du Roi heeft eigenschappen die zijn terug te voeren op de spitse pen maar lijkt soms meer gemaakt te zijn met een brede pen waarvan het uiteinde parallel met de schrijflijn werd gehouden, zoals de kalligraaf Nicolas Jarry ruim een eeuw eerder letters schreef.

Vooral de Romain du Roi heeft bijgedragen aan de karakteristieke eigenschappen van DTL Paradox, met name aan de romein. De relatief smalle bovenkant van de onderkast a en de manier waarop het gewicht doorloopt aan de boven- en onderkant van de bogen van de b, d, p en de q doet denken aan Grandjeans letters. De cursief van DTL Paradox is meer onderbroken dan Grandjeans cursief bij de Romain du Roi en is nauwer verwant aan de ‘italiques’ in de traditie van Fournier le jeune, die in zwang waren in de tweede helft van de achttiende eeuw. Deze italics werden gekenmerkt door hun onderbroken constructie.

Natuurlijk is DTL Paradox geen revival maar een typisch ‘Ungeriaans’ letterontwerp. Eigenzinnig en eenentwintigste eeuws maar ook voorzien van uit de achttiende eeuw stammende Franse verfijningen. Opvallend zijn de verjongingen in de stokken en de schreven, elementen die in Ungers Swift bijvoorbeeld geheel ontbreken.

DTL Paradox is de ‘transitional’ in het œuvre van Gerard Unger, waarbij Swift de ‘old style’ vertegenwoordigt.

De schijnbare tegenstrijdigheid, die een paradox nu eenmaal is, wordt door Unger in zijn in 1997 verschenen boek Terwijl je leest als volgt verklaard: ‘Ik houd van massacommunicatie. Daarom ben ik zo aan conventie gehecht en wil ik experimenten niet koste wat kost op lezers loslaten, maar laten versmelten met conventionele kenmerken. In de Paradox zijn ze opgenomen in een vertrouwd beeld, maar nog wel zichtbaar’.