Frank E. Blokland maakte de eerste ontwerptekeningen voor dtl Documenta in 1986. Het uitgangspunt was om een lettertype te ontwerpen dat enerzijds op grote corpsen een herkenbaar, eigentijds en krachtig beeld moest opleveren, en anderzijds bij gebruik in teksten op kleine corpsen goed overeind zou blijven, ongeacht de gebruikte resolutie. In de tweede helft van de jaren tachtig was die resolutie bijvoorbeeld bij laserprinters slechts 300 dpi en in combinatie met het nog niet van hints voorziene PostScript Type3 formaat stelde dit hoge eisen aan digitale lettertypen.

De eerste reeks ontwerpen werden door Blokland met viltstift op een x-hoogte van zo’n 3,5 centimeter gemaakt. Daarna heeft hij geëxperimenteerd met de ontwerpgrootte, door de tekeningen te scannen en met een matrixprinter uit te vergroten naar een x-hoogte van ongeveer 15 centimeter. Vervolgens werkte Blokland met een Rotringpen en witte plakkaatverf de uitvergrotingen bij en gebruikte hij deze als basis voor werktekeningen in outline, die later door hem zijn gedigitaliseerd in het ikarus formaat. Voorafgaand aan de ikarus-versie ontwikkelde Blokland een reeks complete fonts als hoge-resolutie bitmaps –pixel voor pixel– op het 9-inch beeldscherm van een Macintosh Plus. Op die manier onstonden naast romein, cursief, vet en vet-cursief ook nog swash versies.

De bitmapversies zijn rond 1990 daadwerkelijk gebruikt om boeken uit te zetten. Er is door Blokland een boek voor het museum De Lakenhal in Leiden mee vormgegeven. Ook het als een van de vijftig best verzorgde boeken van 1990 bekroonde Letters] & techniek, met een voorwoord van Huib van Krimpen is eruit gezet, evenals de rugtekst van het Teleac cursusboek Kalligraferen, de kunst van het schoonschrijven dat Blokland schreef en vormgaf in 1990.

De ontwikkeling van de eerste reeks fonts van dtl Documenta nam uiteindelijk zeven jaar in beslag en pas in 1993 kwam het lettertype op de markt in de PostScript Type1 en TrueType formaten. Omstreeks 1995 werd op verzoek van het Gemeentemuseum Den Haag een klein aantal schreefloze varianten aan de familie toegevoegd, met name voor begeleidende teksten op de zaalmuren. Vrijwel vanaf het eerste moment dat dtl Documenta verkrijgbaar was, werd de kwaliteit ervan onderkend. Zo noemt Robert Bringhurst in de tweede druk uit 1996 van zijn internationale bestseller The Elements of Typographic Style dtl Documenta een ‘sturdy open text face’ met een ‘equally unpretentious and well-made sanserif companion.

In 2002 werd dtl Documenta door Charles Hedrick, directeur van de New Brunswick Computing Services van de universiteit van New Jersey als volgt omschreven ‘[…] It is in the Dutch tradition of type design, which means that it has letter shapes based on Renaissance designs, but with an increased x height. It appears to be an attempt to produce a font with classical roots that works well with digital technology. […] However the “finish” is rather different than typical revivals of Renaissance fonts: It has lower contrast and more robust serifs. These features make for a very even texture.[…].’ Hoewel er geen Renaissancistisch noch enig ander model aan dtl Documenta ten grondslag heeft gelegen, bevestigt deze beschrijving de nagestreefde combinatie van elegantie en robuustheid.

De brede inzetbaarheid van dtl Documenta blijkt ook uit de toepassingen. Het lettertype was de huisstijlletter van het Rijksmuseum in Amsterdam voor meer dan een decennium en maakt onderdeel uit van de huisstijl van de stad Amsterdam. Het is tevens de huisstijlletter van de Diamond Trading Company geweest. Daarnaast wordt en is het lettertype gebruikt voor boekomslagen, als tekstletter in magazines zoals de New Statesman en werd gedurende vele jaren de grootste krant van Finland, de Helsingin Sanomat, eruit gezet.
 
Aan uitbreiding van dtl Documenta wordt momenteel gewerkt. Het doel is om de versie met schreven te voorzien van een vette en halfvette cursief, vanzelfsprekend met klein kapitalen en mediaevalcijfers. De schreefloze variant krijgt uiteindelijk dezelfde garnituren.